1e versie:
Kent gij het dorpje Loosduinen
het ligt aan de rand van Den Haag.
De mensen die wonen, al tussen de tuinen.
Zij heten van Spronsen en van der Gaag.
Refrein:
Loosduinen is schoon, ik ben
blij dat ik er woon.
Tussen de Witburg en de Blauwbrug,
keer ik weer terug.
Ik weet me geen raad, als ik het dorpje verlaat.
Ik voel me thuis, waar ’t kerkje bij de molen staat.
Zijn we bij het kruispunt aangekomen,
waar Chris, Kras en kruimeltje weer staan.
Zij staan daar te turen,
of staan daar te dromen.
En denken Loosduinen zal nooit vergaan.
Refrein
Tussen het puin van Loosduinen,
daar ligt Loosduinen- Kijkduin aan zee.
Je kunt er fijn zwemmen, en je vel laten bruinen.
Daar is ieder gelukkig en tevree.
Refrein
Om prachtig Loosduinen te aanschouwen,
stroomt heel de wereld tesaam.
Men heeft in het bos,
een Jeugdherberg laten bouwen.
Aan het einde der aarde klinkt onze faam.
Refrein
2e versie:
Refrein:
Lang leve Loosduinen
met z’n bossen en z’n duinen
’t dorpje aan de zee
draag ik mijn hart steeds mee.
De mensen die er wonen
kweken peen en sperziebonen
en zij al tesaam
dragen peenbuiker als naam.
Want als je in Loosduinen komt, dan zie je om je heen
de kassen vol tomaten staan en de velden staan vol peen.
Dan ga je watertanden
en kwijl je in je zee,
want zo’n dagje in Loosduinen, dat maak je nooit meer mee.
Refrein: Lang leve Loosduinen …..
Het leven in Loosduinen kent z’n wel en kent z’n wee:
een baby wordt geboren en een oudje dat gaat heen.
Soms is er veel ellende
maar toch ook heel vaak gein
en toch buiten ons Loosduinen zou ik echt niet willen zijn.
Refrein: Lang leve Loosduinen …..
En onze Oosterburen kennen ook de weg hierheen
een maand vergeten zij “Das Bier” en eten onze peen.
En was het dat alleen maar
dan ging het heus nog wel,
maar ons eigen moedertaaltje is hier echt niet meer in tel.
Refrein: Lang leve Loosduinen …..
Wij kunnen blijven zingen van ons dorpje aan de zee,
aan alles komt een einde, zingt U straks nog even mee
hoe machtig wij het vinden
een peenbuiker te zijn
want voor ons is het een scheldwoord om heel erg trots op te zijn.
Refrein: Lang leve Loosduinen …..
3e versie:
Refrein:
‘k Ben blij dat ’k er woon, ja woon, ja woon;
tussen de Witburg en de Blauwe brug keer ik weer terug.
Ik weet me geen raad, geen raad, geen raad,
als ‘k dorpje verlaat, verlaat, verlaat.
Ik voel me thuis waar ’t kerkje bij die molen staat.
Kent gij het dorpje Loosduinen,
het ligt aan de rand van Den Haag.
De mensen die wonen onder ’t groen der bomen
en heten van Spronsen en van der Gaag.
Refrein
Zijn we bij ’t kruispunt aangekomen,
waar Kris Kras en kruimeltje weer staan.
Ze staan daar te turen en staan daar te dromen
en denken Loosduinen zal nooit vergaan.
Refrein
Tussen het duin van Loosduinen
daar ligt Loosduinen, Kijkduin aan Zee.
Je kunt er fijn zwemmen, je vel laten bruinen
en men is gelukkig en tevree.
Refrein
Om mooi Loosduinen her ’t aanschouwen
stroomt heel de wereld hier tesaam.
Het is heel plezierig om hier te vertoeven.
Aan ’t einde der aarde klinkt onze faam.
Refrein
4e versie:
is hier in Loosduinen geschied,
een zeer wonderbare historie,
waarvan ‘k U vertel in mijn lied.
Ik zal U verhalen van Margreta,
de dochter van Hollands Graaf,
die hier op de Henneberg woonde,
met Graaf Herman zo moedig en braaf.
Zij was een vrouwe zeer schone
en liefelijk van gelaat,
slechts een ding was ’t dat haar ontsierde:
de trots op haar ad’lijke staat.
Zij was van zeer hoge familie,
haar oom was de bisschop van ’t Sticht;
ze voelde zich zeer hoog verheven,
de hoogmoed stond haar op ’t gezicht.
Op een dag kwam een koopvrouw met groente,
en klopte aan Hennebergs poort;
daar Margreta haar meid niet vertrouwde,
stond zij zelve de koopvrouw te woord.
Maar ach, de gravin lachte schamper,
toen z’ ontwaarde bij deze vrouw,
tussen manden met fruit en met groente,
een tweelingskind aan elke mouw.
Zij spotte: Hoe is het toch mooglijk,
dat volk hier dat gaat maar zijn gang;
twee kinderen bij ene geboorte,
mens, jij hoorde thuis in ’t gevang.
De koopvrouw ontstak toen in woede,
en sprak: “hoor mijn vrouwe, zowaar
als dees kinderen geschenken van God zijn;
Gij krijgt er zoveel als dagen in ’t jaar”.
Margreta, zij lachte nog harder,
en schreeuwde: “Ga weg, kom nooit weer”!
Maar toen z’ in verwachting geraakte,
toen lachte de vrouwe niet meer.
Ze wachtte met vreze en beven,
en dacht aan de vloek van de vrouw.
Ach, hoe had zij zo hard kunnen wezen,
in haar hart knaagde reeds het berouw.
En tenslotte op 30 december,
schonk zij aan tweeling het licht;
juist zoveel als nog ’t jaar dagen telde;
voor de doop kwam de bisschop van ’t Sticht.
In de kerk van het klooster Loosduinen,
thans de dorpskerk, daar staat nog vermeld,
hoe daar lang geleden geschiedde,
de historie, die ‘k U heb verteld.
De les die hieruit valt te leren;
Zie nooit neer op eenvoudige liên;
want wat met hen heden gebeurde,
dat kan U ook morgen geschiên.
H.
J. Smith.